Criteria NLP-opleidingen in Nederland
In Nederland wordt op vier niveaus opleiding gegeven in NLP.
De criteria waar deze opleidingen minimaal aan moeten voldoen zijn door de NVNLP omschreven. Op haar beurt heeft de NVNLP in overleg met de ISNLP (International Society for Neuro Linguistic Programming) deze criteria getoetst aan de internationale standaard zoals vastgelegd door de ISNLP, en deze ter goedkeuring aangeboden. Slechts die opleidingsinstituten die hun opleidingen staven naar deze criteria worden door de NVNLP als bonafide geaccepteerd en kunnen als zodanig geregistreerd worden bij de vereniging. Bij de certificering van opleidingen van bij de NVNLP aangesloten instituten wordt het waarborg van de NVNLP op het certificaat vermeld.
De criteria vormen de minimum eisen waaraan een opleiding moet voldoen. Per aangesloten opleidingsinstituut zullen additionele criteria worden toegevoegd die de individuele karakteristieke accenten bepalen van het instituut.
Inhoud NLP-training op practitioners niveau
1. De
vooronderstellingen waarop NLP is gebaseerd.
2. NLP Doelkader
Huidige en gewenste
situatie, werken met hulpbronnen en afstemmen op de toekomst.
Vijf formele
vormvoorwaarden voor doelen.
De TOTE: een
cybernetisch model voor doelgericht handelen.
De structuur van de subjectieve ervaring: de samenhang tussen waarneming van de context, extern gedrag, emotionele toestand, denken en overtuigingen.
Criteria en de hiërarchie
van criteria.
3.
Veranderingstechnieken
Ten minste drie manieren van patroonherkenning/reframing.
4. Waarnemingstechnieken
Het ijken van non-verbale reacties (calibratie): leren zien in welke innerlijke toestand iemand op een gegeven moment is.
Zintuiglijke weergavesystemen: visueel, auditief, kinesthetisch, gustatorisch en olfactorisch.
Submodaliteiten: ervaringen veranderen door zintuiglijke kwaliteiten ervan te veranderen.
Predikaten
en oogbewegingen: gedragingen die aangeven in welk systeem iemand zit.
Congruentie en incongruentie.
5. Patroonherkenning en modellen
Vaststellen van innerlijke strategieën: analyseren met welke denkstappen iemand een bepaald positief of negatief effect bereikt bij zichzelf.
Motivatiestrategieën.
Creativiteitsstrategieën.
Leerpatronen.
Sorteerstijlen (optioneel).
6. Communicatie en gedeelten
Zes-staps reframing: b.v. de onbewuste motivatie achter ongewenst gedrag opsporen en de uiting daarvan veranderen.
Onderhandelen tussen gedeelten: een model voor het oplossen van (innerlijke) conflicten. Overeenstemming zoeken op het niveau van de criteria.
Werken met metaforen: het gebruik van metaforen als veranderingspatroon en organiserend kader.
7. Tijdsordening
De persoonlijke tijdlijn: een (visuele) weergave van verleden, heden en toekomst als kader voor NLP-interventies.
8. Meervoudige
waarneming
Associëren en dissociëren: ervaringen herbeleven of ze op afstand houden.
Meervoudige waarnemingsposities.
Hiërarchie van logische niveaus.
9. Basisvaardigheden
Rapport: het vermogen tot afstemmen en leiden in verschillende kanalen, zoals criteria, woordkeus, zintuiglijke voorkeur, houding, gebaren en ademhaling.
Matchen/mismatchen.
Volgen en leiden (Pacing en leading).
10. Taalpatronen
Metamodel.
Miltonmodel, gerelateerd aan de vooronderstellingen van NLP.
Content en context reframing.
Chunking: up, down, lateral.
11. Testvormen
Techniekbeheersing: zowel uitleggen als toepassen; met een flexibiliteit in vorm en toepassing.
Ecologische werkwijze en demonstratie in gedrag.
Minimum trainingsuren (exclusief zelfstudie) 130 uur
Inhoud NLP-training op master practitioners niveau
1. Metaprogramma's
Ontlokken, calibratie, toepassing, wijziging en flexibiliteit.
De 4 basis metaprogramma’s: introvert/extravert, sensor/ intuitor, feeler/thinker, judger/perceiver.
Afgeleide en/of aanvullende metaprogramma's: benaderen/vermijden, intern/extern referentiekader, mogelijkheid/noodzaak, globaal/specifiek, overeenkomst/verschil, time sort en oriëntatie, opties/procedures, zelf/anderen, pro-actief/reactief, primair interesse filter, overtuiging sort en tijdframe.
2. Waarden (Criteria)
Opvragen, calibreren, verhelderen, toepassing, wijzigen.
Benader- en vermijdwaarden, instrumentele- en eindwaarden, waarden hiërarchie.
Waarden systematiek.
3. Overtuigingen
Ontdekken, installeren, toepassen, verfijnen en veranderen.
Mate van zekerheid, mate van affirmatie.
Kernovertuigingen, overtuigingsystemen.
4. Uitbreiding Strategieën
Stroomlijnen en installatie, verhelderen en alternatieven.
Geneste TOTE's.
Emoties: Structuur, relaties en beheersing.
5. Uitbreiding Submodaliteiten
Toegang verkrijgen, patroonherkenning en verandering.
6. Uitbreiding Tijdlijn-patronen
Ontdekken, genereren, gebruik, modificatie.
Verandering van emoties, verandering van tijdlijnen.
Meervoudige tijdlijnen, re-imprinting, compelling future.
7. Uitbreiding taalpatronen
SOM-patronen, intonatie-patronen.
Verankerde opdrachten.
Bedekte verandering van sub-modaliteiten.
Inductieve en deductieve taaltechnieken.
8. Uitbreiding
Miltonwerk
Inductie methodieken, patrooninterruptie, overspoelen, verwarring, overload.
Meervoudig ingebedde metaforen.
9. Modelleren
Ontlokken, verklaren, replicatie, overdracht en gebruik.
Modelselectie, ontleden en afbakenen, informatie reductie en synthese.
Inside en outside modeling, contrastieve analyse.
Modelformatie, transfer, gebruik en test.
10. Uitbreiding patronen en technieken
Sliding ankers, contextual marking, logische levels en typering, structuur en alignement, decision destroyer.
11. Basis-presentatievaardigheden
Presentatie-ontwerp,
groepsrapport, Satir-categorieën, congruentie, feedback.
Trainingskwalificaties:
1. De training wordt geleid door een (inter)nationaal
gecertificeerd NLP-Trainer.
2. Minimaal 130 uur klassikaal trainen.
3. Buiten de klas-training voor oefening
en evaluatie.
4. Testing naar intellectueel en praktisch
eigendom van de Master-Practitioner materie:
Toelatingseisen:
In het bezit van
een NLP Practitioner certificaat uitgegeven door een nationaal of internationaal
gerespecteerde NLP-organisatie.
Bron: